Over een worsteling met absurdistische speelstijl


A, NEE HE” Was mijn eerste reactie toen ik bij de start van een spelproject de tekst van Pa Ubu1 in handen kreeg. Woorden als SCHIJT, POEP, KUT, LUL, REET... komen veelvuldig voor, a bah, wat puberaal....

Een heel vroege herinnering komt boven. Januari 1965, we waren net verhuisd en boven op een sneeuwhoop vermaakten mijn zusje en ik de buurkinderen met, ja met wat eigenlijk, een dansje, rare bewegingen? Natuurlijk zijn het flarden (ik was 6) maar het zit in mijn herinnering als iets absurdistisch waar de andere kinderen vol verbazing en onbegrip naar keken. Maar de belangrijkste herinnering die achterbleef bij die 5 minuten... was gene.

Terwijl ik me in Pa Ubu stort en al heel snel, heel veel, plezier ga beleven aan het schelden en het grote ongegeneerde spelen blijft wel de vraag zich opdringen waarom ergens een (valse?) schaamte zich blijft opdringen.

Absurdistisch spelen... wie in de bibliotheek of op internet zoekt naar een sluitende definitie moet van goede huize komen. Ja, de combinatie van de woorden komt vaak voor. Meestal in recensies: “er wordt gespeeld in een absurdistische speelstijl”. Maar ook in beschrijvingen die 'beloven' iets over de SPEELstijl te zeggen en dan na twee regels vooral gaan over de teksten die de kenmerken van absurdisme met zich mee dragen.

Een echte definitie ontbreekt, daarom een citaat van Erik Vos uit zijn boek Transformaties2 waar in ieder geval een tipje van de sluier wordt opgelicht:

..wees niet bang voor grensoverschrijdingen. Het bepalen van de grens kan pas wanneer je die eenmaal hebt overschreden. Geniet van absurde verschuivingen. Laat de overgang plaatsvinden van geen klank of woorden ter beschikking hebben naar een absurde vorm van expressie, kunnen praten zonder tong, denken zonder hersens.

Volgens Vos gaat het dus vooral over het zoeken naar grenzen. Daar waar in andere spelstijlen de nadruk ligt op geloofwaardigheid gaat die hier overboord. Zo wordt een klein pijntje het onmetelijke verdriet van een peuter bij een geschaafde knie, bewondering wordt de onbegrensde idolatie van een verliefde tiener en vooral... de overgangen van de ene naar de andere emotie zijn zo groot en plotseling als mogelijk.

Wat Vos echter ook LIJKT te noemen is het loslaten van de controle. Mijn gevoel zegt me dat wat Vos hier zegt een bevestiging is bij wat ik VOEL bij absurdistische spel. En door op dat (sterk calvinistisch beïnvloede) gevoel af te gaan in plaats van de ratio begint mijn gevecht. Boven alles wil ik graag controle houden over wat ik doe, wat mensen over me denken. Ze mogen het van harte met me oneens zijn, ze mogen me raar vinden, maar dan wel op mijn voorwaarden!

Lastig is dan natuurlijk om de voorwaarden die ik denk te hebben onder woorden te brengen, want... eerlijk is eerlijk... ze zitten meer 'in mijn buik' dan in mijn hoofd.

Het woordenboek helpt er een beetje bij: door absurdistisch spel leggen we nadruk het absurde. Dus op onder andere ongerijmdheid, dwaasheid, zotheid, onnozelheid. strijdigheid met rede3 . Inderdaad... synoniemen van 'absurdisme'.
Bij het lijstje synoniemen heb ik de neiging om ze te verdelen in categoriën:

  • bij ZOTHEID, ONNOZELHEID denk ik vooral aan lolligheid. Humor die eigenlijk maar één laag kent en bedoeld is om zo groot mogelijke groepen mensen aan het lachen te krijgen. De naam van André van Duin ligt komt dan bij me boven. Hou ik niet van die humor? Jawel... maar(!) ik bemerk in mijn omgeving een elitaire afkeer óf het andere uiterste: het constant willen imiteren omdat het de indruk wekt makkelijk te zijn;
  • Bij ONGERIJMDHEID en DWAASHEID is mijn eerste associatie de britse humor van onder andere Monty Phyton. Door de verschillende vormen van hun werk is het vakmanschap beter (of liever... op een andere manier) zichtbaar. Het werk manoeuvreert van een dierenwinkel (vrij naturel gespeeld, maar door taalgebruik en en clou een absurde scène) tot een plek die zelf al absurd is en versterkt wordt door het absurdistische spel (ministry of silly walks). Nog steeds humor, maar dan een humor met meer lagen, minder gemakkelijk uitgespeeld. Het vakmanschap wordt breder erkend, de acteurs die hierin spelen kunnen meer;
  • De STRIJDIGHEID MET REDE gaat wat mij betreft vaak al niet meer over absurdistisch spel maar over absurd theater waarbij dat naturel spel de absurditeit alleen maar versterkt. Een voorbeeld voor mij is de verhaallijn in Wachten op Godot4. De humor ligt verborgen, is ondergeschikt geworden, de lach is uit de zaal verdwenen en zit meer in de hoofden van de aandachtige toeschouwer die ook veel meer naar de betekenis zal zoeken.

De onderverdeling die ik hierboven maak is volstrekt subjectief en blijft iets zeggen over mijn BUIK en over hoe ik me door mijn omgeving en mijn achtergrond in mijn denken laat beïnvloeden. Want al schrijvend realiseer ik me dat ik er ook op een andere manier naar kan kijken. Juist in de keuze om dingen wel of niet te willen en (dus ook) te doen moet ik veel meer op een rationele manier kijken naar wat ik zélf wil en ontdek. Mijn overtuiging kan ook op andere gronden gefundeerd worden dan alleen waarin ik ben opgegroeid en wat me tot nu toe heeft gevormd.

Ik krijg andere manieren aangereikt om mijn keuzes te maken en met die keuzes wordt het makkelijker om uiteindelijk wel de keuze te kunnen maken om met de nadruk op het absurde te spelen:

  • ik heb in het spelen van UBU ontdekt dat ik een mimiek heb die past bij een absurdistische speelstijl. Belangrijke opdracht die ik altijd met me mee heb gedragen is dat je je talenten moet gebruiken (jawel... veel Calvinistischer kan het niet). Waarom dus niet de uitdaging aangaan dit uit te bouwen en er meer in gaan onderzoeken;
  • ik ben geneigd te vinden dat er met theater altijd iets gezegd moet worden maar:
    1. dat sluit humor en absurditeit niet uit... ook als mensen lachen tijdens de voorstelling kunnen ze met een boodschap naar huis;
    2. sowieso is dat al een belachelijk standpunt ... wat is er verkeerd aan om mensen een keer lekker te laten lachen?
  • mijn belangrijkste les ontdek ik tijdens het schrijven van dit essay. Ik zit er naast met mijn angst dat bij absurdistisch spel geen controle meer is. Absurdistisch spel gaat weliswaar over het opzoeken van grenzen, maar in de afgelopen weken heb ik me gerealiseerd dat het vakmanschap van het spelen niet ontkent wordt. Om de grens te zoeken zonder uit de bocht te vliegen wordt die controle alleen maar belangrijker.

Ben ik de gene van het dansje op de sneeuwhoop kwijt? Nee, natuurlijk niet, was dat maar zo gemakkelijk. Net zo goed als ik op de vloer nog steeds niet (zomaar) alles zal doen.
Wel heb ik met het spelen van UBU én door het schrijven van dit essay nieuwe uitdagingen ontdekt die ik aan wil gaan. Op welke manier die vorm moeten gaan krijgen? Nog geen idee, die zoektocht is begonnen en even naïef als Pa Ubu zeg ik daarom...

wij zullen de mensen versteld doen staan van onze verhalen en avonturen


 Bronnen:

  1. UBU Roi werd geschreven door Alfred Jarry en voor het eerst op de planken gebracht in 1896. In 2014 als spelproject van het Rotterdams Centrum voor Theater gespeeld in een bewerking met de titel “UBU, another day at the office”
  2. De wereld van transformaties door Erik Vos, 2008, Theater Instituut Nederland
  3. Ongerijmdheid, dwaasheid, zotheid, onnozelheid. strijdigheid met rede zijn enkele van de vele synoniemen/betekenissen van het woord 'Absurd' in verschillende woordenboeken.
  4. Wachten op Godot, Samuel Becket, 1952